Onze school

 

Algemeen

Het schoolgebouw van De Haagse Beek is gelegen aan het Paddepad tegen de duinrand aan. De school is goed bereikbaar met openbaar vervoer (lijn 4, 23 en iets verder lijn 3). Op het Paddepad en op het terrein van de school is geen parkeergelegenheid (uitzondering voor minder validen).
U wordt daarom verzocht om uw auto op de De Savornin Lohmanlaan te parkeren.

Richting, bestuur en directie

De Haagse Beek is een Openbare Speciale school voor Basis-Onderwijs. "Openbare" wil zeggen dat het schoolbestuur gevormd wordt door de gemeente, in dit geval de Gemeente Den Haag. In de praktijk is de wethouder van onderwijs, als hoofd van de Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, verantwoordelijk voor het onderwijs. Een Speciale school voor Basis-Onderwijs (SBO) is bestemd voor kinderen die vanwege hun problemen niet meer goed geholpen kunnen worden op een gewone basisschool. Kinderen met een indicatie voor een REC-school (b.v. ZMOK, PI) kunnen slechts worden toegelaten tot onze school, indien de mate van zorg die zij behoeven ongeveer gelijk is aan de zorgbehoefte van de doorsnee SBO-leerling. Meer informatie hierover kunt u lezen in het schoolplan. Voor alle leerlingen die worden toegelaten geldt dat de Permanente Commissie Leerlingzorg (PCL) een positieve beschikking moet hebben afgegeven. De directie van de school wordt gevormd door: Wim van Grol (directeur) en Jeroen Willems (adjunct-directeur).

Zie ook het kopje waarin onze school verschilt van een gewone basisschool.

De directie van de school wordt gevormd door:

Directeur: Wim van Grol

 

Adjunct-directeur: Jeroen Willems

 

Waarin onze school verschilt met een gewone basisschool?

Op een SBO zitten kinderen die te maken hebben met één of meer van de volgende problemen:

  • ontwikkelingsachterstand of -stoornis
  • sociaal-emotionele problematiek
  • leerachterstand, leerproblemen
  • gedragsproblemen
  • intelligentieproblemen

Anders gezegd: onze leerlingen hebben hulpvragen op één of meer van bovengenoemde gebieden. Wij proberen een zo goed mogelijk antwoord te geven op die hulpvragen. De meeste basisscholen zijn ingedeeld volgens het leerstofjaar-klassensysteem, d.w.z. de leerstof is verdeeld in acht stukken - acht groepen - en in die groepen zitten kinderen van ongeveer gelijke leeftijd.

De Haagse Beek telt 10 groepen. Het aanbod van leerlingen is bepalend voor de wijze waarop we de leerlingen in een bepaald schooljaar over de groepen verdelen. Voor dit schooljaar betekent dit, dat we één kleutergroep hebben: groep 1. In groep 2 zitten leerlingen die gaan beginnen met het aanvankelijk lezen. In de groepen 9 en 10 zitten de oudste leerlingen. In deze eindgroepen zitten meest leerlingen die met het eindonderzoek meedoen en mogelijk na dit schooljaar naar het vervolgonderwijs gaan. De overige leerlingen zitten verdeeld over de andere groepen volgens criteria die hieronder staan beschreven.

De groepen op onze school mogen niet zomaar vergeleken worden met de groepen van het reguliere basisonderwijs. Bijna al onze leerlingen hebben een leerachterstand. Het is op onze school zeker geen uitzondering dat een leerling die bijvoorbeeld in groep 10 zit, leerstof krijgt aangeboden van groep 5 of 6 van de basisschool.

Op De Haagse Beek wordt met het plaatsen van een leerling in een groep natuurlijk wel rekening gehouden met de leeftijd , maar daarnaast ook nog met andere criteria, zoals de sociaal-emotionele ontwikkeling en het leerniveau. Aan het eind van het schooljaar wordt bekeken in welke groep een leerling het beste geplaatst kan worden. Soms komt het voor dat een kind een groep overslaat of nog een jaar in dezelfde groep blijft. Dat betekent echter niet dat er leerstof wordt overgeslagen of dat de zelfde leerstof voor de tweede keer wordt gedaan. Elke leerling werkt op het niveau waar hij of zij aan toe is. Dat houdt in dat er binnen elke groep per vakgebied op verschillende niveaus gewerkt wordt. Waar het mogelijk is werken we klassikaal, want dat is efficiënt en kan de sfeer verhogen..

Behalve het didactische, het schoolse leren is er een ander belangrijk verschil: het pedagogisch klimaat, de sfeer waarin al het handelen ten aanzien van en door de kinderen plaats vindt. Onze school biedt een pedagogisch klimaat met veel structuur. Onze kinderen hebben, vanwege de problemen waar ze mee te maken hebben, veel behoefte aan ondersteuning en begrenzing.

Een gevolg van deze gestructureerde omgeving is, dat er voor de kinderen duidelijkheid, veiligheid en rust ontstaat, waardoor zij beter tot leren kunnen komen. De mate waarin structuur wordt geboden, dient natuurlijk te worden aangepast aan de behoefte van de groep en die van de individuele leerling. Uiteraard vinden wij het zeer belangrijk dat onze leerlingen met veel plezier naar school gaan en dat ze zich in alle opzichten veilig voelen op school. Een prettige schoolbeleving is een voorwaarde voor kinderen om zich te kunnen ontwikkelen.

Tevens streven wij ernaar om m.b.t. de leerstof "eruit te halen wat er in zit". Belangrijk daarbij is dat een prettige schoolbeleving en hard werken met elkaar in evenwicht zijn. De groepen op De Haagse Beek tellen gemiddeld 14 kinderen. In de lagere groepen zitten er wat minder (8 tot 12), in de hogere groepen een paar meer (16 of 17).

Handelingsplannen

Alle kinderen die bij ons op school zitten hebben problemen. Om met die problemen om te gaan (de hulpvragen van de leerlingen te beantwoorden) is het noodzakelijk om planmatig te werken.

Alle nieuwe leerlingen worden gedurende de eerste maanden geobserveerd en indien nodig getoetst. Deze observatieperiode is bedoeld om een goede kijk te krijgen op de aard en de omvang van de problemen en geeft de kinderen tevens de gelegenheid om rustig bij ons in te groeien. Aan het eind van deze periode staat voor de meeste kinderen vast wat de omvang van de problemen is, wat er aan gedaan kan worden, door wie en hoeveel tijd ervoor uitgetrokken dient te worden. Dit geheel van toetsen, observeren, analyseren, en het aangeven van wat er gedaan moet worden, wordt schriftelijk vastgelegd, waarna wij kunnen spreken van handelingsplannen.

Tenminste drie keer per schooljaar wordt elk kind opnieuw besproken om vast te stellen of de afgesproken aanpak succes heeft. Zo niet dan wordt het handelingsplan bijgesteld. Door middel van handelingsplannen worden niet alleen leerproblemen aangepakt, maar ook opvoedingsproblemen in engere zin, bijvoorbeeld gedragsmoeilijkheden (thuis), bedplassen enz.
De interne zorg voor de leerlingen wordt gecoördineerd door de intern begeleiders onder verantwoordelijkheid van de directie.

Wij vinden het belangrijk om als team in samenspraak met de ouders voor de leerlingen te zorgen. De school wordt daarbij ondersteund door een psycholoog, een maatschappelijk werker en een jeugdarts. Zij verrichten onderzoek op indicatie van school en geven handelingsadviezen aan school en ouders.

In een enkel geval komt het voor dat wij van mening zijn dat wij niet langer in staat zijn een goed antwoord te geven op de hulpvraag van uw kind. In dat geval kan het nodig zijn om hulp van andere instanties in te roepen of om te verwijzen naar een andere vorm van (speciaal) onderwijs. Uiteraard geschiedt dit alles in overleg met de ouders.

Vervolgonderwijs

In het algemeen doen de leerlingen in het schooljaar dat zij 12 jaar worden mee met het eindonderzoek. Het doel van dat onderzoek is tweeledig:

  • Bepalen of een leerling naar het vervolgonderwijs kan
  • Advies uitbrengen over het type vervolgonderwijs

Het eindonderzoek bestaat uit een psychologische test en een aantal geijkte didactische toetsen. Aan de hand van de uitslagen van de toetsen, de resultaten in de groep en de mening van ouders, leerling en school wordt een advies opgesteld.Nadat het advies met de ouders is besproken, melden zij zelf hun kind aan bij het vervolgonderwijs.

Voor de duidelijkheid nog twee opmerkingen:

  • Een leerling hoeft niet perse in de hoogste groep te zitten om mee te kunnen doen aan het eindonderzoek
  • Meedoen met het eindonderzoek wil nog niet zeggen dat een leerling zeker dit jaar van school afgaat.

De ervaring leert dat onze leerlingen over het algemeen in de volgende vormen van voortgezet onderwijs terechtkomen:

  • Voorbereidend Middelbaar Beroeps Onderwijs (VMBO). De meeste van onze oud-leerlingen komen binnen het voortgezet onderwijs in aanmerking voor leerweg-ondersteunend onderwijs. Dat betekent dat zij extra ondersteuning krijgen binnen het voortgezet onderwijs.
  • Praktijkschool: Dit onderwijs is bestemd voor oud-leerlingen van de vroegere mlk-scholen. De naam zegt het al: op deze scholen worden vooral praktijk-vakken gegeven. Het streven is er voor te zorgen dat de leerlingen later zelfstandig kunnen functioneren in de maatschappij.

Samenwerkingsverbanden

Basisscholen vormen met een SBO een samenwerkings-verband. Een samenwerkings-verband heeft de gezamenlijke zorg voor alle leerlingen die de scholen binnen het samenwerkingsverband bezoeken. De Haagse Beek zit met negen basisscholen in een samenwerkings-verband van het openbaar onderwijs. Tevens zitten wij in een samenwerkingsverband van het algemeen bijzonder onderwijs (waaronder de Nutsscholen en Montessorischolen).  

Binnen de samenwerkingsverbanden werken de basisscholen en de speciale scholen voor basisonderwijs samen om de zorg voor leerlingen zo goed mogelijk te laten zijn. Aan een samenwerkingsverband is een Zorgcommissie gekoppeld, die eens in de twee weken samenkomt. In de Zorgcommissie zitten een pedagoog, een psycholoog, een jeugdarts, een maatschappelijk werker, een logopedist, leerkrachten van de SBO en leerkrachten van de basisscholen. De directeur van de SBO is voorzitter.

Aan onze school is een aantal leerkrachten verbonden die de contacten tussen de basisscholen van de samenwerkingsverbanden en onze eigen school onderhouden. Samen met de intern begeleiders van die basisscholen spelen zij een belangrijke rol met betrekking tot de zorgstructuur van de samenwerkingsverbanden.

Zorgleerlingen - leerlingen met problemen - van de basisschool worden in de Zorgcommissie besproken. Indien noodzakelijk wordt er onderzoek gedaan en een handelingsplan opgesteld: wie gaat wat, op welk tijdstip en met welke middelen doen om antwoord te geven op de hulpvraag van de leerling. Vaak is het mogelijk om binnen de basisschool de extra zorg te bieden die nodig is. Soms lukt dat niet. De problematiek van de betreffende leerling is dan van dien aard dat de basisschool geen verantwoorde opvang kan bieden. In dat geval moet verwezen worden naar een andere (speciale) vorm van onderwijs.

Een kind kan pas op een SBO geplaatst worden als een beschikking is afgegeven door de PCL, de Permanente Commissie Leerlingenzorg.
De PCL controleert of het traject voor verwijzing goed doorlopen is en zorgt voor een evenwichtige verdeling van de leerlingen over de SBO's in Den Haag.